Blog,  Schrijven

Hoofdstuk 1 van ‘VER VAN HUIS’

Een bestseller in spé! De eerste reviews komen langzaam binnen en gezien mijn debuut VER VAN HUIS gepubliceerd is (deze kan je hier aanschaffen! Paperback / Ebook), deel ik graag het eerste hoofdstuk om een glimps te geven van wat je mag verwachten. Veel plezier en ik hoor graag in de comments wat je er van vindt.

1

Herken je die desoriëntatie wanneer je wakker wordt en je niet direct weet waar je bent? Je staart naar de ruimte om je heen, zoekende naar enige herkenning, terwijl een hamster in je brein met man en macht het rad aan de gang probeert te brengen. Word je in alle rust wakker dan laat je je hersenen gewoon het raadsel ontrafelen, maar ontwaak je uit een nachtmerrie dan kan deze desoriëntatie als een schrikwekkend fenomeen zijn. Deze ochtend gold voor mij gelukkig de eerste variant, voor het eerst in lange tijd wel gezegd, dat ik uit een droomloze slaap ontwaakte. Niet om me heen spartelend, niet drijfnat van het zweet, niet wakker wordend in de echo van mijn eigen schreeuw, maar een stille toetreding tot de wereld van de wakkeren. De desoriëntatie daarentegen was wel aanwezig en ik besefte me dat de kamer waarin ik me bevond niet mijn eigen slaapkamer was. Het was een vertrek dat er vrij klinisch uitzag, maar moderner dan een ziekenhuiskamer. De wand rechts van mijn bed bestond volledig uit glas, van plafond tot grond, en keek uit over de stad. Het zicht werd echter vertroebeld door een doorzichtig gordijn, dat voor het raam hing, om enige privacy van de patiënt te waarborgen. Achter me zag ik een grote licht houten wand waar een bedlampje, een monitor en stekkerdozen in verborgen zaten. Er hing een flatscreen aan de muur schuin tegenover me, zo’n kleine, die eigenlijk net te ver weg hangt om er goed naar te kijken. Naast mijn bed stond een rijdende stellage vol apparatuur met daarop verschillende gegevens die werden vergaard via de klem op de top van mijn wijsvinger. Lag ik in het ziekenhuis? Naast de stellage stond een comfortabele stoel, waarschijnlijk voor bezoek, die tot mijn spijt leeg was. Ik lag in een eenpersoons bed onder een dun laken en droeg mijn eigen vertrouwde kleding, een trui, spijkerbroek en sokken. Mijn schoenen stonden onder de kapstok en mijn dikke winterjas hing er boven. Ik keek naar het klemmetje op mijn vinger en, hoewel ik dacht in het ziekenhuis te liggen, besefte ik me dat ik me lichamelijk bijzonder goed voelde. Alsof ik herboren was, of een winterslaap had gehouden. Mijn ademhaling was langzaam in plaats van de kortademigheid die ik me zo goed herinner van de afgelopen tijd. Dat verstikkende gevoel. Mijn oog viel op een groot whiteboard dat rechts van de flatscreen aan de muur hing en waar met een dikke blauwe marker de tekst: ‘Gisteren herleefd, morgen vergeten,’ stond geschreven. Het voelde alsof iemand met een spatel in mijn hoofd roerde en mijn brein tot leven begon te komen, ineens kwam het allemaal terug. Ik wist waar ik was. Dit was een kamer in het Nano-onderzoeksinstituut van dokter Mulder. Ik besefte wat ik gedaan had, de behandeling uit laten voeren. Een behandeling zoals jij je die nog niet kan voorstellen. Het wissen van een traumatische ervaring uit je geheugen. Stel je een wereld voor, waarin het selectief wissen van geheugen een realiteit is. Waarin je slechte herinneringen kan laten verdwijnen. Het kan een nare gebeurtenis zijn, de herinnering aan een ex-geliefde, een trauma, een slechte jeugd of gewoonweg een herinnering aan iets wat je liever niet had willen weten. Dokter Mulder had een techniek ontwikkeld die dit mogelijk maakte, door middel van nanotechnologie. Het begon allemaal in flarden terug te komen, maar ik merkte dat er grote gaten waren geslagen in mijn kennis van het verleden. Zo’n twee jaar geleden was mij iets ernstigs overkomen. Een zeer traumatische ervaring. Iets wat me mentaal had verlamd en wat ervoor had gezorgd dat ik de afgelopen twee jaar een lege huls was geworden. Alsof ik was overleden. Een rilling ging door mij heen en een droefheid viel als een deken over mijn hoofd. Een spook van verdriet. In mijn gedachten voelde ik de traumatische gebeurtenis aan de rand van een afgrond hangen, zich vastklampend met nog één vinger. Het was in mijn gedachten aanwezig, maar ik kon er net niet bij. Als een pluisje in het water dat, op het moment dat je je vingers bij elkaar brengt om het te pakken, er net tussenuit glipt door de druk die je erop uitoefent. Een aantal momenten probeerde ik de herinnering vast te grijpen maar deze ontvloog me zoals de controle die je denkt te bezitten op je eigen leven. M’n geheugen was als een oude landkaart, verfrommeld, vol met gaten en scheuren. Geen duidelijke rechte paden maar overal onderbrekingen en afkappingen. M’n hoofd begon te bonken en ik moest mezelf dwingen te stoppen met nadenken.
Op dat moment ging er een schuifdeur aan mijn linkerzijde open. Dokter Mulder verscheen en stapte het vertrek binnen. Hij zag er uit, precies zoals de eerste dag dat ik hier in het instituut was. Een ietwat gezette en kalende man in een witte laboratoriumjas.
‘Goedemorgen Daan,’ zei dokter Mulder terwijl de schuifdeur achter hem dicht schoof. ‘Eindelijk wakker, hoe voel je je?’
Het was me onduidelijk hoe lang ik hier had gelegen en de vragen die ik had drongen zich aan me op als een klaslokaal leergierige kinderen.
‘Ik voel me best, een beetje verward.’
‘Dat is geheel begrijpelijk. Ben je je bewust van de behandeling die is uitgevoerd?’ vroeg hij en toen ik dit knikkend bevestigde vervolgde hij: ‘De behandeling is zondagavond volbracht. Het is inmiddels dinsdagmorgen dus je hebt in totaal zo’n 36 uur geslapen.’
Mijn reactie sprak denk ik boekdelen want dokter Mulder zei geruststellend: ‘Maak je geen zorgen, het is iets dat vaker voorkomt wanneer een trauma wordt verwijderd. Het heeft je weerhouden van veel slaap, iets wat het trauma juist weer niet ten goede kwam en alleen maar groter maakte.’
De leegte in mijn geest doemde weer op. Het trauma. Ik had een trauma gehad. Het was een gekke gewaarwording voor me, ik wist waarom ik hier lag en toch was ik niet volledig op de hoogte. Het voelde een beetje als mijn middelbare schooltijd. Als ik nu dacht aan de afgelopen twee jaar dan voelde het als een steen in mijn maag. Alsof ik de grote boze wolf was, dichtgenaaid maar vergeten in het water te gooien. Een drukking op de geest. Het gevoel van die steen was verdwenen, inclusief alles wat de oorsprong van de steen was geweest. De steen die destijds lag in een web van verschrikking – waarvan ieder draadje me naar de wanhoop leidde – zweefde nu in een zwarte leegte, losgekoppeld. Het was een verademing en het ontnam me elke nieuwsgierigheid om te weten te komen welke gebeurtenis ik uit mijn gedachten had laten verwijderen.
‘Het zal allemaal wat vreemd voor je zijn, vooral de komende dagen. Je toont wel al grote vooruitgang, gekeken naar hoe je hier voor het eerst binnen kwam lopen,’ zei dokter Mulder bemoedigend.
‘Je broer Frank is onderweg en komt je zo oppikken. Tot die tijd wil ik nog een korte evaluatie met je doornemen,’ en hij nam plaats op de stoel naast mijn bed en pakte zijn notitieblok erbij.
‘Wat is je naam?’ vroeg dokter Mulder.
Ik keek hem verbaast aan, uit balans gebracht door de logische vraag.
‘Daan Petersen.’
‘Waar woon je?’
‘Wierikslaan 35.’
‘Wat is je beroep?’
‘Agent.’
Wat is je burgerlijke staat?’
‘Alleenstaand.’
‘Ongehuwd dus,’ mompelde dokter Mulder.
‘Wat was je eerste gedachte toen je vanmorgen wakker werd?’
Ik keek schouderophalend om me heen en doorzocht m’n geheugen naar het antwoord.
‘In eerste instantie “Waar ben ik?” maar behalve dat vooral het feit dat ik me eigenlijk heel goed voel,’ antwoordde ik.
Dokter Mulder knikte bevestigend en schreef met een geconcentreerde blik in zijn notitieblok.
‘Waarom ben je hier?’
Ik vertelde dokter Mulder eigenlijk alles wat ik nog wist, van hoe Alexander, mijn psycholoog, ons had geïntroduceerd tot aan het gevoel van de afgelopen twee jaar. De gehele tijd was hij aan het schrijven in zijn notitieblok, iets wat hij tijdens de intake gesprekken ook constant deed. Toen hij eindelijk opkeek meende ik een voorzichtige glimlach te zien.
‘Heel goed Daan, het ziet er naar uit dat alles goed verlopen is. Wel kan ik aanraden om de komende tijd rustig aan te blijven doen; niet te vlot weer beginnen met je werk, de sociale interactie tot een minimum te beperken en eerst echt te concentreren op je herstel. Je brein heeft wat te verduren gehad, dus is het belangrijk dat deze de tijd en ruimte krijgt de draad weer op te pakken.’
Dokter Mulder stond op en haalde een stapeltje uit de zak van zijn doktersjas.
‘Het kan zijn dat je iemand tegenkomt die kennis heeft van de gebeurtenis die je hebt laten verwijderen. Mocht dit het geval zijn dan wil ik dat je de persoon hier een kaartje van overhandigd. Het is belangrijk er altijd een bij je te dragen.’
Ik nam het stapeltje aan en haalde er een kaartje uit dat las: “Op 2 november 2028 heb ik, door Dr. Mulder, een gebeurtenis uit mijn geheugen laten verwijderen, voorgevallen op 15 oktober 2026. Mijn kennis van deze gebeurtenis is verdwenen en ik verzoek u contact op te nemen met Dr. Mulder voor verdere vragen,” en aanvullend dokter Mulders contactgegevens.
‘Ik word er wel een beetje ongemakkelijk van,’ biechtte ik op.
‘Het is niet iets om je voor te schamen,’ vertrouwde dokter Mulder me toe, ‘dit is iets wat in de toekomst een gewoonte zal zijn. Deze technologie gaat de wereld veranderen zoals wij die kennen. Men zal ervoor in de rij staan, geloof me. De mogelijkheden zijn oneindig en het leven is te kort om te lang te blijven treuren over de zaken van gisteren.’

Deze woorden spookten nog door mijn hoofd toen dokter Mulder en ik richting de uitgang van het onderzoeksinstituut liepen. Toen we de ontvangsthal betraden, stond mijn broer Frank op uit een stoel en keek me bestuderend aan. Hij omhelsde me en ik was blij zijn gezicht te zien.
‘En?’ vroeg hij.
Ik wist niet precies wat ik moest antwoorden en kwam niet verder dan een glimlach.
Bij deze reactie kwam een opluchting bij Frank als een deken over zijn gezicht.
‘Besef je je dat ik deze lach al in geen jaren meer heb gezien?’
Dokter Mulder gaf me een hand en richtte zich tot Frank. ‘Alles gelukt?’
‘Ja, geen zorgen,’ zei hij en even was ik weer het jochie van tien; de tiener die erbij stond terwijl de volwassenen over hem praatten, en dat terwijl Frank slechts drie jaar ouder was.
‘Hou je taai Daan,’ zei dokter Mulder. ‘Ik wil je graag volgende week weer zien, als dat kan, en onthoud: doe rustig aan.’
‘Ja dokter,’ zei ik, en liep met Frank de deur uit, rechtstreeks de frisse herfstwind in.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *